Een alternatief voor nutsfuncties en de impact op de optimale allocatie naar aandelen

Kennisbank •

De optimale verhouding tussen risicovolle en risicovrije beleggingen hangt alleen af van iemands risicobereidheid, niet van de beleggingshorizon. Dat toonde Robert Merton aan in 1969, onder bepaalde aannames. Die aannames worden nu ook gebruikt om lifecycles te ontwikkelen…

Een alternatief voor nutsfuncties en de impact op de optimale allocatie naar aandelen

…en de welvaartswinst van risicodeling te berekenen. Toch denken veel mensen dat de optimale hoeveelheid aandelen toeneemt met de beleggingshorizon, in tegenspraak met Merton. Door risico-aversie op een andere manier te modelleren sluiten de resultaten aan bij deze gedachte, en bij het daadwerkelijke gedrag van mensen.

 

In de berekeningen van Merton staan nutsfuncties centraal. Een nutsfunctie geeft aan hoeveel waarde iemand hecht aan een bepaald consumptieniveau c (bijvoorbeeld een pensioenuitkering). Er zijn veel verschillende nutsfuncties. Ze hebben gemeen dat nut stijgt als de consumptie stijgt, maar een extra euro (meestal) steeds minder extra nut oplevert. Merton gebruikte een aantal aannames voor zijn berekeningen:

 

1.     Het rendement op risicovolle beleggingen (bijvoorbeeld aandelen) is lognormaal verdeeld met een verwacht rendement μ en standaarddeviatie σ. Risicovrije beleggingen leveren jaarlijks een rendement r op.

 

2.     Hij gaat uit van een CRRA (constant relative risk aversion) nutsfunctie (zie kader) met een risico-aversie parameter γ. Hoe hoger γ hoe risicomijdender iemand is, en hoe minder nut een extra euro relatief oplevert.


Lees het hele artikel van Miriam Loois onder Download.

Over de auteur

Miriam Loois

M. Loois MSc is docent Toegepaste Wiskunde aan de Hogeschool van Amsterdam.