Pensioenuitvoering na de Wtp: consolidatie, uitvoeringskracht en sturing voor actuarissen en bestuurders

Kennisbank •
Martijn Leppink, Arno IJmker

Wij richten in dit artikel ons op de periode na de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel en analyseren hoe verdere consolidatie in de uitvoeringsketen de bestuurbaarheid, risico’s en meetbare uitkomsten beïnvloedt.

Pensioenuitvoering na de Wtp: consolidatie, uitvoeringskracht en sturing voor actuarissen en bestuurders

We combineren een feitelijk marktbeeld met scenario’s voor 2026–2029 en vertalen die naar implicaties voor de actuariële functie en het bestuur. Daarbij onderscheiden wij expliciet tussen observeerbare feiten uit de recente praktijk en onze duiding van de onderliggende dynamiek.

De Wtp-transitie is operationele realiteit is geworden. Per 1 januari 2026 zijn 24 fondsen ingevaren, naast zes fondsen die in 2025 de overstap al maakten; circa 52% van alle deelnemers valt inmiddels onder een ingevaren of Wtp-conforme premieregeling. In de uitvoeringsmarkt zijn meerdere fondsen gelijktijdig overgezet door grote, middelgrote en kleinere uitvoeringsorganisaties. Tegelijkertijd zijn er partijen die (nog) geen Wtp-premieregelingen uitvoeren, en is een aantal strategische keuzes publiek geworden dat de consolidatie-druk onderstreept. Zo bouwt Achmea Pensioen Services de externe fondsuitvoering af, terwijl (Visma) Idella de pensioenuitvoering geheel staakt en zich richt op softwarelevering. Per begin 2026 resteren tien uitvoeringsorganisaties die fondsen bedienen met hun dienstverlening, waaronder PGB Pensioendiensten dat zich exclusief richt op haar eigen PGB Pensioenfonds.

De prioriteit bij implementaties lag aanvankelijk bij de solidaire premieregeling; de flexibele premieregeling komt in 2026 versneld op gang, maar stelt aantoonbaar hogere eisen aan administratie, IT en communicatie, onder meer door lifecycleadministratie, individuele keuzemomenten en, afhankelijk van de inrichting, een risicodelingsreserve.

Lees dit artikel verder onder Download.