Risicohouding van pensioenfondsen

Kennisbank •
Max Zeeman MSc, Rian Katoen MSc

Met de transitie naar de Wet Toekomst pensioenen is er ook een nieuwe invulling gegeven aan de risicohouding van de pensioenfondsen. Belangrijk is dat deelnemerskenmerken en –preferenties centraal komen te staan.

Risicohouding van pensioenfondsen

De wet omschrijft een proces dat vier fasen kent om te komen tot vaststelling van deze risicohouding, te weten: risicopreferentieonderzoek (Fase A), vaststellen risicohouding (Fase B), inrichting beleggingsbeleid (Fase C) en de jaarlijkse toetsing risicoblootstelling (Fase D). In dit artikel gaan wij in met name in op wat de risicohouding (Fase B) inhoudt en mogelijke complicaties met betrekking tot de jaarlijkse toetsing (Fase D).

De nieuwe risicohouding is vormgegeven met drie maatstaven:


1. Risicomaatstaf: vormt een grens aan het maximaal aanvaardbare risico in het beleggingsbeleid. De geprojecteerde uitkeringen worden gewogen met overlevingskansen om vervolgens de mediaan af te zetten tegen het 5% percentiel.


2. Verwachtingsmaatstaf: geeft een indicatie van het rendement dat wordt behaald door te beleggen. Dit wordt berekend door de mediane uitkeringenstroom behorende bij het beleggingsbeleid te vergelijken met een zogenaamd hypothetisch geheel risicomijdend beleggingsbeleid.


3. Langetermijnrisicomaatstaf: deze maatstaf is hetzelfde als de risicomaatstaf maar is dan van toepassing op de uitkeringsfase.


Deze maatstaven moeten worden afgeleid uit het risicopreferentieonderzoek en weerspiegelen daardoor de voorkeuren van de deelnemers. De combinatie van deze drie maatstaven geeft een beeld van het maximale risico (bovengrens) en het minimale rendement (ondergrens) dat in de ogen van de deelnemer acceptabel is.

Een belangrijk element van de nieuwe risicohouding is de jaarlijkse toetsing (Fase D). Jaarlijks moeten pensioenfondsen de maatstaven opnieuw bepalen aan de hand van de door DNB voorgeschreven zogenaamde P-scenariosets en het actuele beleggingsbeleid. Dit wordt de risicoblootstelling van het beleggingsbeleid genoemd. Wanneer deze risicoblootstelling de grenzen van de vastgestelde risicohouding overschrijdt is het fonds verplicht haar beleggingsbeleid direct aan te passen naar een beleid dat wel binnen de gestelde grenzen valt. Deze directe aanpassing is wezenlijk anders dan de huidige situatie onder het Ftk

Lees het artikel verder onder Download.

Download