Nieuwe prognosetafel houdt rekening met de kans op blijvende oversterfte

Nieuws •

Het Koninklijk Actuarieel Genootschap houdt in de Prognosetafel AG2026 rekening met de kans dat een deel van de sinds 2020 waargenomen oversterfte blijvend is. In de prognose is deze onzekerheid verwerkt door 25% van de oversterfte als blijvend aandeel mee te nemen.

Nieuwe prognosetafel houdt rekening met de kans op blijvende oversterfte
Koninklijk Actuarieel Genootschap verwerkt aanhoudende oversterfte in Prognosetafel AG2026

Het niet-blijvende deel neemt in het model met 5% per jaar af. Voor kinderen die in 2027 worden geboren, komt de levensverwachting volgens de nieuwe prognose uit op 92 jaar en 9 maanden voor meisjes en 90 jaar en 1 maand voor jongens. Voor zowel meisjes als jongens is dit vier maanden lager dan in AG2024 werd verwacht.

Het Koninklijk Actuarieel Genootschap publiceert iedere twee jaar een nieuwe prognosetafel. Deze bevat de verwachte sterftekansen van waaruit de levensverwachtingen voor de Nederlandse bevolking kunnen worden afgeleid. Pensioenfondsen, verzekeraars en andere financiële instellingen gebruiken de prognosetafel onder meer om toekomstige uitkeringen in te schatten, hiervoor voldoende geld te reserveren en te bepalen hoeveel pensioen met een beschikbaar kapitaal kan worden ingekocht. Voor AG2026 zijn niet alleen de nieuwste sterftegegevens toegevoegd, maar is ook het prognosemodel op enkele onderdelen aangepast om beter aan te sluiten bij de waargenomen sterfte.

Aanhoudende oversterfte

Sinds de vorige publicatie zijn sterftegegevens over 2024 en 2025 toegevoegd. Daaruit blijkt dat in Nederland nog steeds oversterfte zichtbaar is. Deze oversterfte neemt voor mannen wel af, maar voor vrouwen niet of nauwelijks. De hoogte van de oversterfte en de afname in de jaren verschillen ook per leeftijd.

In eerdere prognosetafels werd aangenomen dat de waargenomen oversterfte op termijn volledig zou verdwijnen. Prognosetafel AG2026 houdt rekening met de kans dat de oversterfte sinds het uitbreken van de COVID-19-pandemie blijvend is. Daarom wordt 25% van de oversterfte als blijvend effect meegenomen. Het niet-blijvende deel neemt in het model met 5% per jaar af. Zo krijgt de kans op een blijvend effect expliciet een plaats in de sterfteprognose.

Levensverwachting blijft hoog

Ondanks deze bijstelling zullen de sterftekansen naar verwachting blijven dalen. Daardoor blijft de levensverwachting op termijn toenemen. Voor kinderen die in 2027 worden geboren, komt de levensverwachting uit op:

  • 92 jaar en 9 maanden voor meisjes
  • 90 jaar en 1 maand voor jongens

De uitkomsten liggen voor zowel meisjes als jongens vier maanden lager dan in Prognosetafel AG2024.

“Een meisje dat in 2027 wordt geboren, heeft een levensverwachting van 92 jaar en 9 maanden. Voor een jongen is dat 90 jaar en 1 maand. We leven dus nog steeds langer. Wel stijgt de levensverwachting minder snel dan eerder gedacht, omdat we nu ook rekening houden met de kans dat een deel van de waargenomen oversterfte blijvend is.”

Gevolgen voor pensioenen

De bijgestelde levensverwachting werkt door in de berekening van pensioenen. De gemiddelde inkoopfactor voor ouderdoms- en partnerpensioen daalt rond de pensioenleeftijd met ongeveer 1,0% voor mannen en 1,5% voor vrouwen. Een lagere inkoopfactor betekent dat met hetzelfde pensioenkapitaal een hoger jaarlijks pensioen kan worden ingekocht. Dit komt doordat bij een lagere levensverwachting naar verwachting gedurende een kortere periode pensioen hoeft te worden uitgekeerd.

Ook het bedrag dat voor toekomstige pensioenuitkeringen moet worden gereserveerd, daalt. Voor de onderzochte gemiddelde pensioenportefeuille daalt de totale pensioenvoorziening met ongeveer 0,9% voor mannen en 1,4% voor vrouwen. De daling is groter bij vrouwen, omdat hun levensverwachting in de nieuwe prognose sterker neerwaarts is bijgesteld. De precieze gevolgen kunnen per pensioenfonds verschillen en hangen onder meer af van de samenstelling van de deelnemerspopulatie en de verschillende pensioenvormen.

Nieuwe data en aanpassingen in het model

Prognosetafel AG2026 is gebaseerd op historische sterftegegevens uit Nederland en uit Europese landen met een vergelijkbaar welvaartsniveau. Voor de Nederlandse oversterfte gebruikt het model de sterftegegevens over de jaren 2022 tot en met 2025. Voor de onderliggende langetermijntrend wordt gebruikgemaakt van Europese gegevens tot en met 2019, dus van vóór de uitbraak van COVID-19.

Naast de toevoeging van nieuwe sterftegegevens is het model op enkele onderdelen aangepast. De prognose sluit beter aan op de waargenomen sterfte in de jaren vlak vóór de COVID-19-pandemie. Ook wordt oversterfte nu voor alle leeftijden gemodelleerd, in plaats van alleen voor 55-plussers. Daarnaast houdt de prognose rekening met de kans dat een deel van de waargenomen oversterfte blijvend is.

Het model voorspelt niet welke afzonderlijke doodsoorzaken, nieuwe ziekten of medische ontwikkelingen zich in de toekomst zullen voordoen. De prognose gebruikt waargenomen sterftepatronen en expliciete modelaannames om te berekenen hoe de sterftekansen zich naar verwachting ontwikkelen. Nieuwe sterftegegevens kunnen bij een volgende publicatie aanleiding geven tot nieuw onderzoek en, indien nodig, tot aanpassing van het prognosemodel.