Wel noemt Zorgverzekeraars Nederland (ZN) in haar ‘Gezamenlijke impact assessment waardeketen zorginkoop' klimaatmitigatie (E1), water-verontreiniging (E2) en afval (-stoffen) (E5) als impact drivers voor E4. E4 niet als materieel erkennen, valt vaak te verklaren door praktische factoren: korte tijdshorizonnen (maximaal 1 jaar), beperkte scope (bijvoorbeeld focus op directe CO2 emissies) en gebrek aan gestandaardiseerde data. Het is echter belangrijk te onderkennen dat deze praktische factoren niet het risico opheffen; ze verschuiven de rekensom richting de toekomst en naar andere delen van de waardeketen. Weten we dan wel voldoende wat de afhankelijkheden en impacts zijn van de actoren in de waardeketen van de zorgsector?
De Nederlandse zorgsector is direct en indirect zowel veroorzaker van verslechtering van als afhankelijk van goed functionerende natuurlijke ecosystemen. De zorgsector draagt substantieel bij aan factoren die bijdragen aan klimaatverandering en natuurverlies. Het RIVM schat dat de zorg verantwoordelijk is voor ongeveer 7% van de Nederlandse broeikasgasemissies. Tegelijkertijd is de zorgsector kwetsbaar voor de gevolgen van verslechterende ecosystemen. Denk aan de gevolgen van stedelijke hitte (door veel steen en minder groen in de stad) die zorgen voor meer vraag naar zorg door oververhitting, de rol van luchtkwaliteit bij respiratoire aandoeningen, en verstoringen in de wereldwijde waardeketen door natuurverlies voor – onderzoek naar en ontwikkeling van – geneesmiddelen en medische grondstoffen. Die wederkerigheid (of dubbele materialiteit) maakt natuur en biodiversiteit relevant voor zorgverzekeraars en hun, in ieder geval, middellange termijnvisie, zoals ook gevraagd door de CSRD. Betekent dit dat natuur- en klimaat-verandering als factoren mee moeten worden genomen in risico- en scenarioanalyses en stresstesten?
Lees dit artikel verder onder Download.